Vrouwengeschiedenis per week

Week 12
17 maart 2002 - 23 maart 2002

400 jaar VOC: ook vrouwen aan boord

"De Musket Draagende Heldin"

Vierhonderd jaar geleden werd de VOC opgericht. In dienst van deze grote handelsorganisatie maakten vele matrozen hun reis over de wereldzeeën. Ruim een miljoen mensen zijn aan boord van een VOC-schip naar Azië gevaren. Naast zeelieden, voeren soldaten, ambachtslieden, enkele kolonisten en een aantal hoge ambtenaren mee. Vrouwen waren aan boord van deze schepen een zeldzaamheid. Als er al vrouwen aan boord van een schip waren, dan waren dat doorgaans de gezinsleden van emigranten en ambtenaren. Vrouwen konden officieel niet in dienst zijn bij de VOC.
Toch zijn er gevallen bekend van vrouwen die in dienst van de VOC naar ‘de oost’ zijn gevaren. Vermomd als man hadden zij zich ingescheept en sommige werden pas na aankomst in Indië ontmaskerd. Werd een vrouw betrapt dan werd zij (terug in Nederland) voor de rechter gebracht en veroordeeld.
De vrouwen die vermomd als man bij de VOC dienst namen hadden verschillende redenen voor hun ongebruikelijke stap. Sommige vrouwen zagen hun geliefde op een VOC-schip vertrekken en wilden niet een jaar (vaak ook langer) zonder hem achterblijven. Een reis als passagier was voor deze vrouwen echter onbetaalbaar: vermomd als matroos meereizen was dan een goedkope uitkomst.
Daarnaast waren er de verlokkingen van een beter bestaan in de vestigingen overzee. Het verhaal ging dat vrouwen in Indië een veel beter leven zouden hebben dan in het overvolle kustgebied van Nederland. Bovendien was er in de VOC-posten overzee een grote keus aan kandidaatechtgenoten. Er bestond zelfs liedjes over een zeeman een vrouw tot deze ‘misdaad’ probeert te verleiden:

Wie wil mee naar Oost-Indië varen,
Als een held der held al door de baren.
Het schip leidt aan de ree,
Mooi meisje wilt gij mee,
Daar kunt gij veel geld en goed vergaren.
Sa, mooi meisje,luistert na mijn reden,
Als een jong matroos zal ik u kleden,
Al met een pikbroek aan.

Een andere reden om vermomd als man de oversteek te maken was het ontvluchten van een crimineel verleden. Vrouwen die het niet zo nauw namen met de wet, bleken het ook niet zo moeilijk te vinden van de ‘sociale norm’ af te wijken door zich als man voor te doen. Dit gedrag werd door tijdgenoten als criminele misleiding gezien. VOC scheepschirurgijn Nicolaus de Graaff bijvoorbeeld steekt zijn afkeuring van vermomde vrouwen niet onder stoelen of banken: ‘dat is niet anders als een deel uitschot en canaille die tegen dat de schepen in zee gaan onder de matrozen komen te versteken.’ Ook noemt hij de vrouwelijke matrozen ‘spinhuishoeren, dronken straatvarkens en dieveggen, die ’t in Holland niet langer dorsten houden of dikwijls meer perikel van ’t spinhuis of schavot hebben gelopen, en daarom hebben zij haar in de schepen verstoken of zijnde alzo in mansklederen naar Oost-Indië gevaren.’
Of het nu uit liefde, armoede of vaderlandslievendheid was, de vrouwen die in mannenkleren de oversteek waagden spreken nog steeds tot onze verbeelding. Het liedje ‘daar was laatst een meisje loos’ wordt immers nog overal gezongen...

Meer weten?
Rudolf Dekker en Lotte van der Pol schreven Vrouwen in mannenkleren over de geschiedenis van de vrouwelijke travestie.
Website over vierhonderd jaar VOC
Daar was laatst een meisje loos
Een ander zeemanslied
Een boek over vrouwen in een mannenrol

Naar jaaroverzicht

Meer blogs over vrouwengeschiedenis

: Gesponsorde links