Vrouwengeschiedenis per week

Week 15
5 april 2004 - 11 april 2004

Het eerste gedicht in het nederlands:
vrouwenlied of een verliefde monnik?


Hebban olla vogala nestas

‘Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic andu thu. Wat unbidan we nu?’
(Hebben alle vogels nesten begonnen behalve ik en jij. Wat wachten wij nu?)

Deze week lanceerde de Utrechtse mediëvist Frits van Oostrom een nieuwe theorie over de eerste zinnen die in het Nederlands werden geschreven (zie hierboven). Lang werd aangenomen dat de tekst van de hand van een verliefde middeleeuwse monnik was. Volgens van Oostrom zijn het echter de woorden van een vrouw.
Het rijmpje werd in 1931 gevonden in een Engels handschrift en in 1933 werd de vondst in Nederland bekend. Sindsdien is er vaak gespeculeerd over wie de woorden schreef en waarom.
Volgens Van Oostrom zijn de woorden weliswaar opgeschreven door een mannelijk kopiist, maar zijn het de woorden van een vrouw. Van Oostrom laat zien dat de regels aansluiten bij een toentertijd bestaande literaire traditie van Spaanse volksliedjes (kharjas) die vanuit vrouwelijk perspectief werden gezongen. Deze liedjes werden in eerste instantie mondeling doorgegeven en kwamen pas later op schrift terecht als vrouwenliederen.
De tekst dateert waarschijnlijk uit de tweede helft van de elfde eeuw. Voor die tijd werden alle teksten in het latijn geschreven. Teksten in 'volkstalen', zoals het Nederlands, ontstonden pas in de late Middeleeuwen. Daarom worden deze paar regels wel gezien als het begin van de Nederlandse literatuur.

Meer lezen:
Meer over 'Hebban olla vogala' vanaf 1933 (met gehele tekst)
'Hebban olla vogala' en de nederlandse literatuurgeschiedenis
'Hebban olla vogala' als begin van de volkstaal naast het Latijn
Het handshrift letter voor letter ontleed
Meer over Kharjas (vrouwenliederen), site in het engels
Voorbeeld van een Kharjas met geluidsfragment (mp3)


Terug naar jaaroverzicht

Meer blogs over vrouwengeschiedenis

: Gesponsorde links