Vrouwengeschiedenis per week

Week 28
5 juli 2004 - 11 juli 2004

Vakantiespecial 1: Op de kiek



fotospecial: stereofoto

De zomervakantie: tijd voor verre reizen en vakantiekiekjes. Reizen en fotograferen horen voor veel mensen bij elkaar. Daarom vier weken lang een vrouwengeschiedenis-zomerspecial over reizende en fotograferende vrouwen. Deze week deel 1: Op de kiek, over de vroege fotografie in Nederland.

In 1839 werd een nieuwe techniek om te fotograferen uitgevonden, de daguerrotypie. Deze naam werd ontleend aan een van de pioniers op het gebied van de fotografie, Louis Daguerre, die wel als uitvinder van de fotografie wordt gezien. Tot 1855 was de daguerrotypie de meest gebruikte manier van fotograferen.
De eerste foto's werden rechtstreeks op een koperen plaat gemaakt. Deze platen waren met een laagje zilver lichtgevoelig gemaakt. Na een lange belichtingstijd ontstond op deze plaat een beeld. Zo'n foto was dus een eenmalige afbeelding, er werd geen gebruik gemaakt van een negatief. Het negatief-positief procedé werd enkele jaren later uitgevonden door de Engelsman Fox Talbot. Door het gebruik maken van een negatief werd het mogelijk van één opname meerdere afdrukken te maken.
De nieuwe techniek van het fotograferen werd door een aantal Nederlanders snel opgepikt. Zo volgde kunstschilder en antiquair Christiaan Portman in 1839 al een opleiding daguerrotypie in Parijs en hij bracht de eerste apparatuur mee terug naar Nederland.
De eerste Nederlandse foto's waren vooral kunstzinnig: portretten, stadsgezichten en landschappen. Dezelfde onderwerpen als die in de schilderkunst veel werden afgebeeld. Al snel kwam ook de eerste commerciële toepassing van de fotografie: de 'carte de visite'. Dit was een vel met 8 kleine portretjes die als een soort visitekaartjes konden worden uitgedeeld. De Leidse fotograaf J.D. Kiek verdiende zijn brood met het maken van deze fotootjes, en zo ontstond het woord 'Kiekje' als synoniem voor een foto.
De nieuwe techniek van het fotograferen werd ook vrij snel door een aantal vrouwen geleerd. In deze zomerspecial komen er drie aan bod: stadsfotografe Maria Hille (zie week 30) getalenteerd amateur Alexandrine TInne (week 29) en portretfotografe Julia Magaret Cameron(week 31).
De fotografie werd tot 1890 niet veel toegepast door 'amateurs'. Het hele procedé met natte platen en vloeistoffen was enorm kostbaar en arbeidsintensief. Bovendien was het niet gemakkelijk om buiten foto's te maken. De platen moesten direct na het belichten worden ontwikkeld, waarmee een doka dus altijd binnen handbereik moest zijn. De Haagse dame Alexandrine Tinne was een van de eerste fotografen die dit oploste door een mobiele doka in een koets te gebruiken.
Toch gingen er in de Nederlandse salons heel wat (gekochte) foto's van hand tot hand. Een heel populaire vorm van fotografie was de stereofotografie. Hierbij werden twee foto's gelijktijdig genomen, met een speciale camera met twee lenzen. De gemaakte beelden zijn daardoor iets ten opzichte van elkaar verschoven. Wanneer deze foto's met een speciale kijker bekeken worden, lijkt het alsof de foto's diepte hebben. Een voor die tijd ongekende manier van weergeven van de werkelijkheid.


Meer lezen:
Meer over de geschiedenis van de fotografie
Een tijdbalk over fotografie
Over fotograaf Kiek
Over het principe van de stereofotografie
Meer over stereofotografie (in het engels, met veel fotografielinks en voorbeelden)
Meer over historische camera's (let op de revolvercamera!)

Terug naar jaaroverzicht

Meer blogs over vrouwengeschiedenis

: Gesponsorde links